Overzicht financiële functies

Om te beginnen enkele afspraken:

Hieronder de lijst van financiële functies:

=AANDELENGESCHIEDENIS(beurs;begindatum;[einddatum][interval][titels][datum][sluiten][openen][hoog][laag][titels])
toont de geschiedenis van aandelen op een beurs zoals "XBRU" (Euronext Brussel) vanaf begindatum, eventueel tot einddatum (standaard wordt 1 dag getoond)
volgens een interval: standaard 0 = dagelijks, andere mogelijkheden zijn 1 = wekelijks of 2 = maandelijks
standaard met titels (= 1), andere mogelijkheden zijn 0 = zonder titels of 2 = met instrument-ID en titel
en de getoonde kolommen: standaard worden Datum (= 0) en Sluiten (= 1) getoond, de andere zijn optioneel.
=AANG.DUUR()
in voorbereiding
=AFW.ET.PRIJS()
in voorbereiding
=AFW.ET.REND()
in voorbereiding
=AFW.LT.PRIJS()
in voorbereiding
=AFW.LT.REND()
in voorbereiding
=AMORLINC()
in voorbereiding
=BET(rente;aantal-termijnen;hw;[tw;type-getal])
berekent de periodieke betaling om de lening hw terug te betalen in aantal-termijnen aan intrestvoet rente (annuïteit).
Of de periodieke betaling om een eindbedrag tw te bekomen, telkens te betalen op het begin (type-getal=1) of het einde (type-getal=0, standaard) van de periode.
Zorg dat rente en aantal-termijnen in dezelfde eenheid staan (jaren, maanden)!
bv: 20.000 € geleend voor 10 maanden, jaarintrest 7%. Hoeveel moet ik maandelijks terugbetalen? =BET(0,07/12;10;20000)
=COUP.AANTAL()
in voorbereiding
=COUP.DAGEN()
in voorbereiding
=COUP.DAGEN.BB()
in voorbereiding
=COUP.DAGEN.VV()
in voorbereiding
=COUP.DATUM.NB()
in voorbereiding
=COUP.DATUM.VB()
in voorbereiding
=CUM.HOOFDSOM()
in voorbereiding
=CUM.RENTE()
in voorbereiding
=DB(kosten;restwaarde;duur;termijn,[maand])
berekent de afschrijving van een activum met aanschaffingswaarde kosten, vermoedelijke verkoopwaarde restwaarde aan het einde van de looptijd van duur periodes, voor de periode termijn met behulp van de 'fixed declining balance'-methode.
maand = aantal maanden in het 1e jaar (standaard 12).
bv: afschrijvingskost volgens vaste degr. afschr. van het 2e jaar van een machine met aanschaffingswaarde 100.000 €, restwaarde 10.000 € en levensduur 6 jaar?
=DB(100000;10000;6;2)
=DDB(kosten;restwaarde;duur;termijn;[factor])
berekent de afschrijving van een activum met aanschaffingswaarde kosten, vermoedelijke verkoopwaarde restwaarde aan het einde van de looptijd van duur periodes, voor de periode termijn met behulp van de 'double declining balance'-methode.
factor is standaard 2, het dubbel van het lineaire afschrijvingspercentage.
bv: afschrijving volgens degressieve afschrijving met vast % op boekwaarde voor het 1e jaar van een machine met aanschaffingswaarde 25.000 €, geen restwaarde, vermoedelijke levensduur 8 jaar, afschr. 20 % (dubbel 12,5% = 25% maar max.= 20% dus hier factor 1,6 gebruiken)? =DDB(25000;0;8;1;1,6)
=DISCONTO()
in voorbereiding
=DUUR()
in voorbereiding
=EFFECT.RENTE()
in voorbereiding
=EURO.BR()
in voorbereiding
=EURO.DE()
in voorbereiding
=GIR(bereik;financieringsrente;herinvesteringsrente)
berekent de interne rentabiliteit voor een serie periodieke cashflows (betalingen – en inkomsten +) in bereik, waarbij voor betalingen de financieringsrente geldt en voor inkomsten de herinvesteringsrente.
bv: een boer leende 5 jaar geleden 120.000 € (intrest 10%) om een maaimachine te kopen. Het 1e jaar bedroeg de opbrengst 39.000 €, de volgende jaren resp. 30.000 – 21.000 – 37.000 en 46.000 € en die opbrengst werd telkens belegd aan 12%. Wat is het rendement van die investering?
Typ de waarden bv. in B4 tot B9 (lening negatief, opbrengsten positief), dan wordt de formule =GIR(B4:B9;10%;12%)
=HW(rente;aantal-termijnen;bet;[tw;type-getal])
geeft als resultaat de huidige waarde van een investering waarvoor je bet € per termijn terugbetaalt in aantal-termijnen aan intrestvoet rente per termijn.
bv: ik neem mij voor om jaarlijks 5.000 € te beleggen, gedurende 6 jaar tegen 8 % rente. Wat is deze toekomstige belegging op dit moment waard? =HW(8%;6;-5000)
=IBET(rente;termijn;aantal-termijnen;hw[tw;type-getal])
berekent de te betalen rente over een bepaalde termijn voor een investering van hw € aan constante rente per termijn, terug te betalen in aantal-termijnen. (opm: functie =ISBET() werkt identiek)
bv: hoeveel bedraagt de intrest in de 1e maandelijkse afbetaling van een financiering van 8.000 € op 3 jaar met jaarintrest 10 % (rest is kapitaalaflossing)? =IBET(10%/12;1;3*12;8000)
=IR(bereik;schatting)
geeft als resultaat de interne rentabiliteit voor de reeks cashflows in bereik, gebaseerd op een geschatte rentabiliteit schatting (standaard 10%)
bv: een vrachtwagen kost 272.683 € en we verwachten een jaarlijkse opbrengst van 54.536 €, levensduur 11 jaar. Intern rendement? Maak een lijst: -272.683, dan 11 keer 54.536 en bereken =IR(lijst). Resultaat: 16,14 %
=IR.SCHEMA()
in voorbereiding
=ISBET()
in voorbereiding
=LIN.AFSCHR(kosten;restwaarde;duur)
berekent het lineaire jaarlijkse afschrijvingsbedrag van een activum met aanschaffingswaarde kosten, vermoedelijke restwaarde en levensduur duur.
bv: hoeveel bedraagt het jaarlijkse lineaire afschrijvingsbedrag van een machine met aanschaffingswaarde 150.000 €, vermoedelijke restwaarde 10.000 € en economische levensduur 10 jaar? =LIN.AFSCHR(150000;10000;10)
=NHW(rente;lijst)
berekent de netto huidige waarde van een investering op basis van een reeks periodieke cashflows lijst (max. 29) en een discontopercentage rente per termijn.
bv: ik zal de volgende 3 jaren telkens 1.000 € ontvangen (intrest 8%) en ik wil weten hoeveel die toekomstige inkomsten op dit moment waard zijn: =NHW(8%;1000;1000;1000)
=NHW2()
in voorbereiding
=NOMINALE.RENTE()
in voorbereiding
=NPER(rente;bet;hw;[tw;type-getal])
geeft als resultaat het aantal termijnen van een investering van hw €, terug te betalen aan bet € per termijn met constante intrestvoet rente.
bv: hoe lang moet ik een beginkapitaal van 25.000 € laten staan aan 10 % rentevoet om een eindkapitaal van 1 miljoen € te bereiken? =NPER(10%;0;-25000;1000000) geeft 38,7 jaar
=OPBRENGST()
in voorbereiding
=PBET(rente;termijn;aantal-termijnen;hw;[tw;type-getal])
berekent de kapitaalaflossing voor periode termijn op de hoofdsom hw, terug te betalen in aantal-termijnen met constante intrestvoet rente.
bv: hoeveel bedraagt de laatste jaarlijkse afbetaling op een lening van 200.000 € op 10 jaar, jaarrente 8%? =PBET(8%;10;10;200000)
=PDUUR()
in voorbereiding
=PRIJS.DISCONTO()
in voorbereiding
=PRIJS.NOM()
in voorbereiding
=PRIJS.VERVALDAG()
in voorbereiding
=REND.DISCONTO()
in voorbereiding
=REND.VERVAL()
in voorbereiding
=RENDEMENT()
in voorbereiding
=RENTE(aantal-termijnen;bet;hw;[tw;type-getal;schatting])
geeft (indien mogelijk) als resultaat het periodieke rentepercentage voor een annuïteit van hw €, terug te betalen in aantal-termijnen aan bet € per termijn. De schatting van het rentepercentage is standaard 10%.
bv: welke maandrente wordt er aangerekend als ik maandelijks 200 € terugbetaal op een lening van 8.000 € op 4 jaar? =RENTE(4*12;-200;8000) geeft 0,77 % per maand, d.i. 0,77*12 = 9,24 % per jaar.
=RENTEPERCENTAGE()
in voorbereiding
=RRI()
in voorbereiding
=SAMENG.RENTE()
in voorbereiding
=SAMENG.RENTE.V()
in voorbereiding
=SCHATK.OBL()
in voorbereiding
=SCHATK.PRIJS()
in voorbereiding
=SCHATK.REND()
in voorbereiding
=SYD(kosten;restwaarde;duur;termijn)
berekent het afschrijvingsbedrag voor periode termijn van het activum met aankoopwaarde kosten, vermoedelijke restwaarde en levensduur duur volgens de som-der-coëfficiënten-methode (ook genoemd: degressieve afschrijving, gebaseerd op de som van het aantal jaren)
bv: wat is de afschrijvingskost voor het 1e jaar volgens deze methode voor een machine met aanschaffingswaarde 2,7 miljoen €, levensduur 4 jaar, vermoedelijke verkoopwaarde na 4 jaar 200.000 €? =SYD(2700000;2000000;4;1)
=TOEK.WAARDE2()
in voorbereiding
=TW(rente;aantal-termijnen;bet;[hw;type-getal])
geeft de toekomstige waarde van een investering met intrestvoet rente, terug te betalen in aantal-termijnen aan bet € per termijn, eventueel met beginkapitaal hw en telkens te betalen op het begin (type-getal = 1) of het einde (type-getal=0, standaard) van de periode.
bv. hoeveel heb ik na 10 jaar op mijn spaarrekening staan als ik jaarlijks 1.500 € stort en 4% intrest daarop krijg (en niets tussendoor opneem)? =TW(4%;10;1500)
=VDB(kosten;restwaarde;duur;begin-periode;einde-periode;[factor;omschakeling])
geeft het afschrijvingsbedrag van het activum met aanschaffingswaarde kosten, vermoedelijke restwaarde en levensduur duur, over een gehele of gedeeltelijke termijn van begin-periode tot einde-periode, met behulp van de 'declining balance'-methode. factor is standaard 2. De logische waarde omschakeling is standaard WAAR, zodat de berekening naar lineaire afschrijving overschakelt als het lineaire bedrag groter wordt dan het degressieve.
bv: afschrijving volgens degressieve afschrijving met vast % op boekwaarde voor het 1e jaar van een machine met aanschaffingswaarde 25.000 €, geen restwaarde, vermoedelijke levensduur is 8 jaar. Afschrijvingspercentage 20 % (dubbel 12,5% = 25% maar max.= 20% dus hier factor 1,6 gebruiken)? =VDB(25000;0;8;0;1;1,6)