Objectstijlen
Gebruik je geregeld dezelfde opmaak voor illustratie, getekende vorm of tekstkader (vulling, rand, verticale tekstuitlijning, ...), dan maak je hiervoor best een objectstijl.
Je vindt het palet via menu Venster (Window) – Stijlen (Styles) – Objectstijlen (Object Styles).
Er zijn twee manieren om een objectstijl te maken:
- Maak een object op met alle grafische kenmerken die je in de stijl wil opnemen, zorg dat het object geselecteerd is
en klik onderaan in palet Objectstijlen op het kleine knopje Nieuwe Stijl Maken (Create object style) en pas de standaardnaam aan.
- Activeer het selectiegereedschap maar selecteer niets. Kies dan in palet Objectstijlen of je wil beginnen met een
Basisafbeeldingskader (Basic graphics frame) of Basistekstkader (Basic Text Frame) en klik onderaan in het palet op
het kleine knopje Nieuwe Stijl Maken. Dubbelklik op de standaardnaam en stel alle kenmerken in.
Welke methode je ook kiest, je kan de objectstijl altijd verder aanpassen: dubbelklik op de naam van de stijl in het palet
en je komt in venster Opties Objectstijl (Object style options) terecht.
- Zorg dat er in de linkerlijst onder Algemeen (General) enkel vinkjes staan aan de eigenschappen die je inderdaad wil instellen
en klik dan op de naam (Vulling, Lijn, enz.) om ze effectief te kiezen.
- Midden in de linkerlijst bepaal je bij Effecten Voor (Effects For) of je speciale effecten wil voor het object in zijn geheel
of enkel de Lijn (Stroke, de omtrek dus), Vulling (Fill) of Tekst (Text)
en dan ga je weer vinkjes zetten en de opties instellen door op de naam te klikken.
- In het midden, bij Stijl-Instellingen (Style Settings) kan je de driehoekjes openklikken om de ingestelde eigenschappen te controleren.
- Bevestig de aanpassingen met OK als alles ingesteld is.
Of wil je een stijl verwijderen?
Klik in het palet op de naam van de stijl en dan onderaan op het vuilbakje.
Een stijl toepassen is eenvoudig: selecteer het object en klik in het palet op de naam van de stijl.